|
De Land Rover is op de Amerikaanse Willy's Jeep na het oudste terreinwagenmerk ter wereld. De wagen ontleent zijn naam aan de verwachting dat hij veel op het land gebruikt zou worden. Zo droeg de eerste brochure die werd uitgegeven nog voordat de auto in productie was de titel "The Land Rover for the farmer, the countryman and general industrial use".
De Land Rover wordt al sinds 1948 gebouwd. De productie startte in Engeland, maar al snel werden Land Rovers in licentie gebouwd in onder meer Australië, Spanje, België en Duitsland. Dit kwam doordat deze landen grote partijen terreinwagens nodig hadden voor onder andere het leger en de politie. In Spanje werden de Land Rovers door Santana Motor S.A. (in licentie) gebouwd, in België door Minerva en in Duitsland door Tempo.
De Roverfabriek, die in 1947 werd gerund door twee broers, Maurice en Spencer Wilks, had na de oorlog overcapaciteit, omdat er jarenlang voornamelijk militaire goederen geproduceerd werden. In 1948 bouwden de broers de fabriek opnieuw op. Ze maakten een auto die op meer gebieden kon worden gebruikt dan de Willys Jeep. Hiervoor haalden ze hun oude Willys Jeep uit elkaar en bouwden met nieuwe en verbeterde onderdelen hun eigen terreinwagen: de Land Rover. De allereerste Land Rovers leken daardoor technisch nog veel op de Willys Jeep.
De Land Rover werd aanvankelijk geproduceerd door Rover. In 1967 werd Rover een onderdeel van Leyland Motors Ltd, later British Leyland (BL). In 1975 werd Land Rover een afzonderlijke werkmaatschappij binnen BL. De Rover Group werd in 1986 een onderdeel van British Aerospace, en werd in 1994 overgenomen door BMW dat Land Rover afsplitste en in 2000 verkocht aan de Ford Motor Company.
In juni 1970 wordt de Range Rover Classic geintroduceerd. De introductie van de Range Rover was enorm een succes, wat direkt zorgde voor lange levertijden. In de beginjaren resulteerde het er zelfs in, dat een tweedehands Range Rover duurder was dan een nieuwe. Zesentwintig jaar lang is de auto in produktie geweest, waarin de auto veranderde van een luxe terrein auto tot een limosine met uitstekende offroad kwaliteiten.
In het begin van de jaren vijfig waagde ingenieurs van Land Rover zich al eens aan het bouwen van een prototype dat de naam Road Rover meekreeg. Dat het nooit tot produktie kwam was te wijten aan het feit dat de auto te lomp en te oubollige was. Halverwege de jaren 60 werd er een nieuwe poging ondernomen. Het doel was een terreinauto te bouwen met het comfort van een normale personenauto. Dit werd mogelijk gemaakt door de tot dan toe gebruikelijke bladveren te vervangen door soepele schroefveren. Door automatische niveauregeling voor de achterzijde toe te passen kon ook in een behoorlijk laadvermogen worden voorzien.
Voor de motorisering werd in eerste instantie uitgegaan van de 3 liter 6 cilinder motor uit de Rover P5. Tijdens een zakenreis echter, liep een van de direktie leden van Rover toevallig aan tegen de 3,5 liter V8 van de Buick Skylark. Een motor die door General Motors inmiddels uit het motorenprogramma was geschrapt, vanwege het volgens de amerikanen lastige produktieproces van de volledig uit aluminium gegoten V8. Het lage gewicht van de motor maakte hem uitermate geschikt voor toepassing in de Range Rover.
In het begin van de jaren tachtig werd de Range Rover van steeds meer luxe voorzien. Van stoffen bekleding tot een tal van elektronische snufjes. Er werd een vierdeursversie leverbaar, automatische versnellingsbak en een handgeschakelde vijf-versnellingsbak. Een dieselmotor van de italiaanse motorenbouwer VM kwam beschikbaar voor de Range Rover in 1986. In 1989 werd de 3.5 liter V8 vergroot naar 3.9 liter. Na een produktieperiode van bijna 26 jaar rolde de laatste Range Rover Classic 1996 van de band.
Geschiedenis van het automerk Land Rover
De broers Maurice en Spencer Wilks waren beiden werkzaam bij Rover na de tweede wereld oorlog. Op een goed moment waren de twee met elkaar ingesprek over de vraag wat broer Maurice zou doen als zijn Jeep, die hij voor alle mogelijke doeleinden gebruikte op zijn stuk land, er op een dag de brui aan zou geven. Het antwoord van Maurice was helder en duidelijk: "Proberen een andere te vinden. Er is geen enkele andere auto waarmee ik dit kan doen". Het idee voor de ontwikkeling van de Land Rover was geboren.
Al snel waren ze het erover eens dat het een licht vierwiel aangedreven voertuig moest worden waarin zoveel mogelijk bestaande onderdelen van Rover gebruikt konden worden. Het ontwerp van het onderstel zou gebasseerd worden op dat van de Jeep. De carrosserie zou vervaardigd moeten worden uit aluminium om het tekort aan staal, wat er vlak na de oorlog was, te omzeilen.
De eerste prototypes van de Land Rover zagen in de zomer van 1947 het levenslicht. In september dat jaar gaf de Rover directie groen licht voor de produktie van auto. De Land Rover werd in 1948 gepresenteerd op de autotentoonstelling in Amsterdam. De eerste Land Rovers waren alleen leverbaar als open auto, aangedreven door een 1.6 liter benzine motor uit de Rover P3 60. De Land Rover was voorzien van permanente vierwiel aandrijving met een vrijloop op de voorste aandrijflijn. Verder was de auto naast een normale vierversnellingsbak voorzien van een tussenbak voor hoge en lage gearing. Tevens was de volledige aandrijflijn uit te schakelen, zodat de auto dienst kon als stationaire motor voor de aandrijving van machines.
In het productiejaar 1968-1969 oversteeg de produktie voor het eerst de 50.000 exemplaren. De Land Rover, eigenlijk bedoeld als noodoplossing om de eerste jaren na de oorlog te overbruggen, bleek een enorm succes. Het was lange tijd het best verkopende model uit de Rover fabrieken.
|